Een reünie en zout

Zondag 22 september

Bijbellezing: Genesis 32 en 33, Matteüs 5 : 13 – 16

Voorganger: ds. Fred van Helden

– ‘Weet u al waarover u gaat preken, dominee, met de startzondag?’

Ds. van Helden trekt zijn mond wat scheef en bijt op zijn onderlip

– ‘Omdat het over Back to chuch gat dacht ik aan het verhaal van die twee broer die elkaar in tijden niet gezien hebben, Jakob en Ezau. Jakob is bang is bang voor de ontmoeting. Hij denkt dat zijn broer hem helemaal niet wil zien en stuurt allerlei cadeaus vooruit.’

– ‘Waarom is Jakob zo bang?‘

– ‘Nou hij heeft Ezau het eerstgeboorterecht afgesnoept, zeg maar, met die linzensoep. En hij is bang dat Ezau hem nog steeds ziet als verrader.’

– ‘Wilt u daarmee zeggen dat mensen de kerk hebben verraden, of de kerk hen?’

– ‘Nee die kant wil ik helemaal niet op. Ik wil vooral laten zien hoe de tijd de wonden heelt, en hoe het verlangen dat bij biede broers leeft de kloof overbrugt. En Ezau zijn broer  liefdevol omarmt.

Maar ik ook aan een ander lezing van dat zoutend zout.’

– ‘Hoe bedoelt u?’

– ‘Nou, vanwege de proefkraam, waarmee elke groep zich presenteert. Dat laat zien wat er aan smaken  is in de Hofkerk op zoveel gebied. En dat zout hield vroeger ook  het eten goed. Dat zout verwijst naar het geloof en vertrouwen waar mensen hun kracht uit halen. En hoe het smaak geeft aan .

Maar misschien moet ik de mensen maar laten kiezen waar het over gaat.?’