Kerkdienst van zondag 28 februari 2016

Hoe is het mogelijk dat de ene mens ongeluk treft, en een ander niet. In Siloam (Lucas 13) stort een toren in en 18 mensen vinden de dood. Hun schuld is niet groter dan de schuld van anderen. Hoe komt het dat het kwaad goede mensen kan treffen, dat onschuldigen lijden? Jezus belijdt dat hij Gods Zoon is, en Hij bekoopt deze belijdenis met zijn leven. Vaak zoeken wij naar oorzaak en gevolg, naar logica. Is straf een gevolg van zonde? Soms werd (en wordt!) zo gedacht. Maar als een mens ongeluk treft, als een onschuldige lijdt, zit daar geen logica achter.

Jezus waarschuwt wel, als je je niet bekeert, loopt het zeker niet goed met je af. Maar Hij verzacht deze uitspraak gelijk; een vijgenboom die geen vrucht draagt, wordt niet meteen omgehakt, ook is dat wel het voorstel van de eigenaar van de boom. Maar de wijgaardenier geeft de boom nog een kans. Hij wordt goed verzorgd, en krijgt nog een kans om tot bloei te komen. Een kans die Jezus zelf niet meer krijgt. Het oordeel wordt over hem geveld.Lezingen zijn Lucas 13:1-9 en Lucas 22:66-71

Jesu meines Lebens Leben
Op de derde zondag van de veertigdagentijd, 28 februari, wordt in de viering het stuk Jesu meines Lebens Leben ten gehore gebracht.Dit lied is bij ons bekend als ‘Jezus, leven van mijn leven’ en kunnen wij in het nieuwe liedboek terugvinden onder nummer 575. De vertaler van dit lied J.W. Schulte Nordholt schrijft: … het (lied) heeft een waardige oprechtheid en het is goed opgebouwd, met in elke strofe de kleine golfslag van lijden naar verlossing, heel fijn aangebracht.

In de viering van 28 februari wordt door een orkest en een gelegenheidskoor onder leiding van Annemarie van Bragt “Jesu meines Lebens Leben” in een bewerking van Dietrich Buxtehude uitgevoerd in een uitvoering die mede tot stand komt door het Hofkerkmuziekfonds.

Buxtehude was een Duitse organist en componist van Deense afkomst. Hij werd bewonderd door J.S. Bach. Buxtehude was in 1660 organist te Helsingør. Van 1668 tot zijn dood was hij stadsorganist van de Marienkirche te Lübeck, in welke functie hij de toonaangevende musicus van Noord-Duitsland was. Hij componeerde instrumentaal werk (klavecimbel, triosonates, orgelwerk) en liturgische cantates en werd vooral bekend door zijn oratoriumachtige ‘Abendmusike’ in de Adventstijd, die Bach in 1703 verleidden tot zijn voetreis van 400 km naar Lübeck. Waarvoor hij scherp onderhouden werd door zijn toenmalige werkgevers. Hij was enige maanden zonder enig overleg weggebleven!!