Wat voor pachters zijn wij?

Zondag 7 april, 5e zondag 40dagentijd

Bijbellezing: Ruth 2:14-23 en Lucas 20:9-19

Voorganger: ds. Marco Visser

De verhaal over Ruth is bijna idyllisch. Na het zeer droevige begin, immers drie mannen komen te overlijden, gaat het steeds beter. De toepassing van de regels uit Gods Thora pakken goed uit. Ruth mag aren oprapen op het land van een boer. Het was zelfs zo dat de akkers niet tot aan de rand mochten worden afgemaaid. Dat wat achterbleef staan en liggen was voor armen en vreemdelingen (Leviticus 19:9-10 en Deut. 24:19-22. Later in het boekje Ruth komt de regel van het ‘losserschap’ ter sprake. De regel onderstreept dat het land een gave van God is. Dat laatste nu wordt met de voeten getreden in het verhaal dat Jezus verteld over de wijnbouwers die die de goede wijngaard pachten. In dat verhaal is de zorg voor armen en vreemden ver weg. Het zijn zelfzuchtige pachters die de volle opbrengst willen. De vraag aan ons in deze lijdenstijd is wat wij voor pachters zijn.